9 & 10 mei 2026
Brussel – Tour & Taxis Gare Maritime

...

Kumiko (Japanse houtbewerking)

Kumiko is een Japanse houtbewerkingstechniek. Het wordt toegepast op lampen, scheidingspanelen, deuren en wandversieringen. Het is een soort mozaïek met houten strips. In Japan zijn er fabrieken waar de apparatuur heel specifiek is gemaakt voor deze techniek. Buiten Japan heeft het meer het niveau van een ambacht. In de workshop geven we een kleine introductie en gaan dan zelf aan de slag met het maken van een paar eenvoudige patronen. Dat doen we met een speciale Japanse zaag en specifieke tools.

 

Kumiko is een stille en doordachte techniek die veel geduld en precisie vereist. De oude Japanse houtbewerkingstechniek bestaat uit het maken van patronen van kleine stukjes in elkaar grijpend hout. In Japan wordt het gebruikt voor (shoji) lampen, panelen of wandversiering.

 

Werken met een nauwkeurigheid van 0.1 mm,  want anders valt je werkstuk in duigen. We gaan aan de slag met een Japanse (trek)zaag en moeten voorzichtig zijn met een zeer scherpe beitel. Je gaat kennismaken met het Izustu-tsunagi patroon. Afhankelijk van je vaardigheid en doorzettingsvermogen maak je je eerste kumiko-paneeltje (20 x 20 cm).

 

Rob Alferink is een bouwer van houten lampen. En sinds ettelijke jaren ervaren in het gebruik van de kumiko-techniek. Het is iedere keer weer een uitdaging om nieuwe kumiko-patronen te leren en die te verwerken in een lamp. Zijn lampen vinden hun weg naar Noorwegen, Luxemburg, Canada, de US en enkele andere landen.

Kinderworkshop: maak een wandelstok

Met een zakmes maken we van een ruwe tak een prachtige wandelstok. Ben je best wel handig met je mes, dan kan je misschien ook gaan kerven en tekeningen maken in je stok.

 

Als je helemaal tevreden bent van je werk boor je er een gaatje in en gaan we een mooi kleurrijk touw slaan om aan je wandelstok te bevestigen.

 

Hausgemacht is een mobiele vrijplaats voor handwerk, ambacht en creatief spel in België. We willen mensen van elke mogelijke pluimage ‘uit het hoofd, in de handen’ krijgen. Omdat we meer dan ooit nood hebben om terug verbinding te vinden met onszelf, natuurlijke materialen en elkaar.

 

We werken zo veel als mogelijk met reststromen, omdat die er zijn en omdat moeder aarde al genoeg te slikken krijgt. We geloven dat het maken  van unieke en duurzame spullen met onze handen kan bijdragen aan een betere wereld en blijere mensen.

 

Volwassenen kunnen in het atelier aan de slag met verschillende ambachtstechnieken zoals houtsnijden, glaswerk, textielbewerking en druktechnieken. Voor kinderen is er een aanbod van basis spelmateriaal van natuurlijke en gerecycleerde materialen. Kinderen worden zo geprikkeld tot creatief spel waarbij ze hun fantasie de vrije loop kunnen laten. In creatieve ateliers maken ze al spelend kennis met upcycling en natuurlijke materialen. Ze vertrekken telkens vanuit handwerk en -ambachtstechnieken.

Houtsnijden: snijd je eigen lepel

Lepelsnijden

 

Hausgemacht neemt je mee in de wereld van het houtsnijden. Je krijgt de grove basisvorm van een lepel, spatel of botermes. Daar gaan we vervolgens mee aan de slag. Je komt meer te weten over verschillende houtsoorten, het gebruik van de twee basismessen voor houtsnijden en de bijhorende snijtechnieken en het mooi afwerken van je snijwerk.

 

Je gaat naar huis met een zelfgemaakte lepel, spatel of botermes.

 

Hausgemacht is een mobiele vrijplaats voor handwerk, ambacht en creatief spel in België. “We willen mensen van elke mogelijke pluimage ‘uit het hoofd, in de handen’ krijgen. Omdat we meer dan ooit nood hebben om terug verbinding te vinden met onszelf, natuurlijke materialen en elkaar.

 

We werken zo veel als mogelijk met reststromen omdat die er zijn en omdat moeder aarde al genoeg te slikken krijgt. We geloven dat het maken van unieke en duurzame spullen met onze handen kan bijdragen aan een betere wereld en blijere mensen.”

 

Volwassenen kunnen in het atelier aan de slag met verschillende ambachtstechnieken zoals houtsnijden, glaswerk, textielbewerking en druktechnieken.

 

Voor kinderen is er een aanbod basis spelmateriaal van natuurlijke en gerecycleerde materialen. Kinderen worden zo geprikkeld tot creatief spel waarbij ze hun fantasie de vrije loop kunnen laten. In creatieve ateliers maken ze al spelend kennis met upcycling en natuurlijke materialen. Ze vertrekken telkens vanuit handwerk en ambachtstechnieken.

Snijdend Houtdraaien – maak een tol!

In de workshop wordt het snijdende draaien uitgelegd en aangetoond dat deze wijze van draaien minder belasting op machine en werkstuk heeft. Ten opzichte van het schrapende draaien heeft het snijdende draaien een aantal voordelen: De druk op het werkstuk ligt veel lager, waardoor het niet zo snel zal breken, er komt minder schuurwerk aan te pas en er treden minder trillingen op bij het draaien. De beitelbeheersing is veel gemakkelijker zodat er minder draaifouten ontstaan.

 

Snijdend draaien vergt technisch hogere vaardigheden. Het is de oudste wijze van houtdraaien. In de workshop krijgt de cursist een inzicht in het snijpunt van de verschillende beitels. De techniek wordt tijdens de workshop aangeleerd en even ingeoefend. De cursist (beginner of gevorderde draaier) gaat naar huis met een zelfgedraaide tol en kennis van het snijdende draaien!

 

Tussen de geplande workshops is er een doorlopende demonstratie houtdraaien voorzien. Dan kunnen de bezoekers ook de nodige uitleg krijgen (door André) over het draaien en over de getoonde werken.

 

Robert Piccart is al sinds 2007 bezig met het houtdraaien. Vanaf het begin legde hij zich toe op het aanleren en hanteren van het snijdend draaien. Robert volgde eerst een instapcursus houtdraaien, ingericht door de Gilde van Houtdraaiers. Daarna volgde hij ook een opleiding houtdraaier 1a (ambachtelijk houtdraaiwerk en complex draaiwerk) in Syntra West Campus Brugge (2008-2009). Deze opleidingen vulde hij aan met studie- en ervaringsbezoeken bij houtdraaiers in Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Denemarken. Hij is ook lid van de Vlaamse Gilde van Houtdraaiers. Voor het vakblad van “De Vlaamse Houtdraaier” schrijft hij regelmatig artikels. Als eigen werk maakt hij sier- kunst- en gebruiksvoorwerpen van draaiwerk: kommen, schalen, bloemen … Naast deze eigen producten is hij ook actief in het restauratiedraaiwerk. Hij geeft ook les en kiest daarbij voluit voor de oude technieken van het snijdende draaien met de klassieke draaibeitels.

 

Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door Erfgoedcel Denderland.

 

 

Vioolbouw: snijd een f-gat

Deze workshop begint met een korte uitleg over hoe een viool/cello wordt gebouwd. We overlopen de verschillende materialen en methodes van begin tot einde.

 

Daarna mag je zelf aan de slag om een f-gat uit te zagen op een stuk Italiaanse spar.

 

We maken het houtoppervlak proper met een schraapstaal. Dan tekenen we het f-gat op het hout. Met een figuurzaag zagen we het f-gat mooi uit, hierbij houden we rekening met de jaarrekeningen van het hout. Daarna werken we af met een mes/vijl. Om het hout te beschermen, brengen we als slot een gronderingslaag aan.

 

Een vioolbouwer is iemand die violen, altviolen en cello’s bouwt, repareert en restaureert. Dit is een beroep dat tegenwoordig nog door een klein aantal vaklieden uitgeoefend wordt. Een viool bestaat uit verschillende onderdelen, met alle zeer nauw luisterende eigenschappen, zoals de kam waarover de snaren liggen, de zangbalk en de stapel in de klankkast. De houtsoort is heel belangrijk voor de klank van de viool. De meest gebruikte houtsoorten zijn vurenhout, esdoornhout en ebbenhout. Het bovenblad is van vurenhout en het achterblad wordt uit het hardere esdoornhout gesneden. De toets, stempinnen en staartstuk worden meestal gemaakt uit ebben. In het bovenblad worden de f-gaten uitgetekend en uitgezaagd. De f-gaten zijn nodig voor een goede klankprojectie.

 

Vik Vandamme (°02/09/1997 – Roeselare) voltooide zijn opleiding Vioolbouw en Restauratie aan de  International Lutherie School te Antwerpen (ILSA) in 2019. Hij liep stage in Oslo bij de Noorse gerenommeerde vioolbouwer Jacob von der Lippe. Dit resulteerde in een hechte samenwerking waarin Vik violen en cello’s bouwt in opdracht en volgens ontwerp van Jacob von der Lippe. In 2021 opende Vik zijn atelier in Roeselare waar hij zich specialiseert in nieuwbouw. Sinds 2024 maakt Vik vooral instrumenten gebaseerd op zijn eigen modellen. Ondertussen heeft hij al meer dan 20 violen/cello’s die dagelijks bespeeld worden door tevreden muzikanten in België, Noorwegen en Duitsland.

 

Deze workshop wordt mede mogelijk gemaakt door Erfgoedcel Midwest.

 

 

 

 

Maak een sieraad met houten randinleg (draailiertechniek)

Elke draailier heeft een randinleg in een blokjesmotief van donker en licht hout. Dat is niet alleen esthetisch maar ook nodig om het klankblad te beschermen.

 

Zo’n randinleg ziet er op het eerste zicht erg indrukwekkend uit …”Zijn dat allemaal aparte stukjes hout?” vraagt men vaak. Ja inderdaad, maar zo moeilijk is het niet om zoiets te maken als je maar weet hoe…

 

We maken een paar strookjes randinleg en maken daarvan dan een leuke broche of dasspeld. Ook een paar oorbellen of een hangertje behoren tot de mogelijkheden.

 

Omdat we een beetje rekening moeten houden met de tijd deinzen we er niet voor terug om wat te “smokkelen” maar na deze workshop bekijk je een randinleg anders dan voorheen.

 

 

Over de workshopgever:

Marc Reymen (België) bouwt al meer dan 35 jaar draailieren en geeft zijn kennis graag door.

 

Wierookbrandertje plooien (draailiertechniek)

Marc Reymen: “Als draailierbouwer ben ik erg veel bezig met het uiterst precies vormgeven van dunne stukken hout. Daarbij is het buigen een essentieel onderdeel. In de workshop laat ik u ervaren hoe hout plooibaar wordt als het tegen een hete plooidoorn wordt gehouden.”

 

Je leert aanvoelen wanneer het hout zich laat plooien en je vormt de onderdelen voor een wierookbrandertje zelf met een plooidoorn. De onderdelen worden samengevoegd tot een afgewerkt wierookbrandertje.

 

 

Over de workshopgever:

Marc Reymen (België) bouwt al meer dan 35 jaar draailieren en geeft zijn kennis graag door.

 

Ambachtelijk kuipen maken… Hoe doe je dat?

Tijdens de workshop ontdek je hoe je een kuip vervaardigt. Je leert hoe je de houten duigen samen steekt, de gegalvaniseerde ijzeren ringen aanbrengt, de bodem inbrengt en tot slot hoe je een kuipje volledig afwerkt. Tijdens het proces maak je gebruik van een hamer en een drijver om de ringen aan te kloppen aan de kuip. Na controle door workshopgever Marleen Bonami werk je de kuip af met schuurpapier.

 

Goed gewerkt? Valt jouw kuip niet in duigen? Dan kan je fier huiswaarts met jouw eigen, afgewerkt kuipje!

 

Een kuiperij is een werkplaats waar houten kuipen en vaten gemaakt worden. Vaten worden gebruikt voor het bewaren en vervoeren van onder andere vloeistoffen, denk daarbij aan wijn en bier. Ook in de historische scheepsbouw waren vaten onmisbaar. Ook het ambacht dat in de werkplaats wordt uitgevoerd noemen we kuiperij.

 

Het kuipersberoep is een niche-specialisatie die in Vlaanderen en België door weinig houtbewerkers of schrijnwerkers of de vroegere ‘kuipers’ wordt uitgevoerd. Het beroep van ambachtelijk kuiper is nagenoeg verdwenen, omdat de kuipen of vaten tegenwoordig meer en meer machinaal worden gemaakt. Desalniettemin is het ambacht nog steeds zéér relevant voor het herstellen van vaten (van 200 tot maar liefst 27000 liter!) in brouwerijen. Workshopgever Marleen Bonami maakt tegenwoordig ook nog steeds kuipen voor laurier- en buxuskwekerijen. Momenteel werkt Marleen ook aan bloemkuipen voor het Rubenshuis in Antwerpen. Hun citrusbomen worden in de kuipen geplant naar aanleiding van de heropening van het museum.

 

De workshop is mede mogelijk gemaakt door Cultuurregio Leie Schelde

 

Maak een toognagel!

Snij zelf een toognagel op het snijpaard bij de stand van het MOT. Zo’n houten toognagel wordt in het vakwerk gebruikt om houtverbindingen samen te trekken.

 

Vakwerk is een historische voorganger van de huidige houtskeletbouw. Een gebouw in vakwerk is opgetrokken uit een houten constructie van verticale stijlen, horizontale regels en diagonale schoren. De wanden van dit ‘skelet’ bestaan uit een vitswerk van soepele twijgen of gekloven latjes bekleed met een mengeling van leem en stro.

 

Vakwerk was eeuwenlang in Vlaanderen de belangrijkste bouwwijze en technisch een goed alternatief voor bak- en natuursteen. Maar omdat het meer onderhoud vraagt dan een stenen bouwwerk, werd vakwerk vanaf het begin van de twintigste eeuw nog amper toegepast.

 

Kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn bij het optrekken van vakwerk waren ooit algemeen verspreid. Opleiding gebeurde op de werf en er zijn dan ook maar zeer weinig handboeken voor vakwerkbouw. Als het bouwen in vakwerk begon af te nemen verdween ook langzaam maar zeker de technische kennis.

 

Om daar iets aan te doen, riep het MOT het project Vakwerk in beeld in leven. In dit project trokken we vakwerkgebouwen op, terug op traditionele wijze, met uitsluitend natuurlijke materialen en gebruik van spierkracht. Het hele technische proces werd op film vastgelegd en op www.mot.be en YouTube gepubliceerd. De kennis over vakwerkbouw wordt ook doorgegeven via workshops en stages. Op die manier willen we mensen terug op weg zetten om vanuit de traditie vakwerkbouw te herontdekken.

 

Kraanzagen en kantrechten

Tijdens de demo’s laten we zien hoe je met bijlen van een stam een balk maakt en hoe met een kraanzaag planken worden gezaagd. Spierkracht maar vooral veel technische kennis en vaardigheid.

 

Ante Corthals begon met houtbewerking rond 2001 in Nieuw-Zeeland. Hij werkte er twee jaar deeltijds bij een meubelmaker, intussen bouwde hij zijn eigen yurts en rond huis. Later werkte hij in Nieuw-Zeeland twee jaar voor een eco-bouwer en architect, toen leerde hij werken met strobalen en bezetten met leem. Dan verhuisde Ante naar Japan om er weer twee jaar bij een traditionele timmerman in de leer te gaan. Daarbuiten werkte hij bij verschillende timmermannen voor kortere projecten. In 2010 heeft Ante meegewerkt met een Japans team in de voorbereiding en bouw van een Japans theehuis, uitsluitend met handgereedschap. Sindsdien werkt hij afwisselend in Europa en Japan aan eigen projecten. Hij leert lemen van leembouwer Gerrit Van den dries. In 2013 en 2016 werkt Ante mee aan grote projecten van Axel Weller, een Duitse Timmerman die enkel met handgereedschap werkt.

 

Toen Mathijs Huyghebaert in 2010 afstudeerde als Japanoloog, trok hij naar Japan. Op dat moment was er net een bijeenkomst van Japanse en Europese timmerlieden die enkel met handgereedschap twee kleine gebouwtjes bouwden. Na zijn terugkomst in België kon hij bij een vakwerkbouwer uit Limburg met een leercontract aan de slag. Daarna zocht hij verder zijn eigen weg in binnen- en buitenland, met onder meer stages bij timmerlieden in Japan en Frankrijk. Sinds 2015 is Mathijs zelfstandig aan de slag als Matisu.

 

Andries Saerens stelde na een aantal internationale omzwervingen en opleidingen vast dat het zo traditioneel mogelijk werken met hout hetgene was wat hem het meest bleef aanspreken. Vandaar verdiepte hij zich in de traditionele vakwerkbouw en andere ambachtelijke houtbewerking. HIervoor ging hij o.a. in de leer bij Ante Corthals, en werkt nog veel met hem samen.

Ondertussen heeft hij ook een aantal eigen creaties op het conto.

Vakwerk is een historische voorganger van de huidige houtskeletbouw. Een gebouw in vakwerk is opgetrokken uit een houten constructie van verticale stijlen, horizontale regels en diagonale schoren. De wanden van dit ‘skelet’ bestaan uit een vitswerk van soepele twijgen of gekloven latjes bekleed met een mengeling van leem en stro.

 

Vakwerk was eeuwenlang in Vlaanderen de belangrijkste bouwwijze en technisch een goed alternatief voor bak- en natuursteen. Maar omdat het meer onderhoud vraagt dan een stenen bouwwerk, werd vakwerk vanaf het begin van de twintigste eeuw nog amper toegepast.

 

Kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn bij het optrekken van vakwerk waren ooit algemeen verspreid. Opleiding gebeurde op de werf en er zijn dan ook maar zeer weinig handboeken voor vakwerkbouw. Als het bouwen in vakwerk begon af te nemen verdween ook langzaam maar zeker de technische kennis.

 

Om daar iets aan te doen, riep het MOT het project Vakwerk in beeld in leven. In dit project trokken we vakwerkgebouwen op, terug op traditionele wijze, met uitsluitend natuurlijke materialen en gebruik van spierkracht. Het hele technische proces werd op film vastgelegd en op www.mot.be en YouTube gepubliceerd. De kennis over vakwerkbouw wordt ook doorgegeven via workshops en stages. Op die manier willen we mensen terug op weg zetten om vanuit de traditie vakwerkbouw te herontdekken.

 

Processing...
Thank you! Your subscription has been confirmed. You'll hear from us soon.
ErrorHere